You are hereBlogs / Jos De Meyer's blog / De invloed van ggo’s op de pesticidenreductie en het milieu bij de aardappelteelt

De invloed van ggo’s op de pesticidenreductie en het milieu bij de aardappelteelt


By Jos De Meyer - Posted on 30 April 2015

aardappelveld.jpg

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer informeerde bij minister voor Landbouw Joke Schauvliege in de commissie Landbouw naar haar standpunt over ggo’s bij de aardappelteelt om het pesticidenverbruik te verminderen en bijgevolg de milieudruk te reduceren.
Twintig procent van de wereldwijde aardappeloogst gaat immers verloren aan de aardappelziekte die veroorzaakt wordt door de schimmel Phytophthora infestans. Vooral in regio’s met een gematigd klimaat, zoals Vlaanderen, is de schimmel een van de grootste bedreigingen voor de aardappelteelt. De schimmel kost de Belgische landbouwers jaarlijks 55 miljoen euro.
Bovendien legt de controle van de ziekte een enorme druk op het milieu. In Vlaanderen moeten aardappelboeren hun gewassen 10 tot 15 maal per jaar besproeien. Dit resulteert in een gemiddelde van 17 kilogram fungicide per hectare. In België wordt meer dan 1000 ton fungiciden gebruikt voor de controle van Phytophthora. Genetische manipulatie biedt een mogelijke oplossing.
“De teelttoelating van ggo’s blijft in de eerste plaats een Europese bevoegdheid, “ aldus minister Schauvliege. “Een Europese teelttoelating is gebaseerd op een risico-evaluatie door de European Food Safety Authority (EFSA) en de lidstaten. Met de nieuwe Europese regelgeving kunnen lidstaten een uitzondering, in casu een verbod van teelt, vragen voor een regio of het grondgebied van de hele lidstaat. Vlaanderen beschikt dus ook over de mogelijkheid om tijdens of na de Europese autorisatieprocedure een verbod op teelt voor het Vlaamse grondgebied te vragen.
In principe zal ik de EU-autorisatie respecteren, omdat die op een wetenschappelijke beoordeling van de risico’s voor de gezondheid van mens en dier en het leefmilieu gebaseerd is, maar dat moet natuurlijk geval per geval worden bekeken. Het is wat mij betreft duidelijk dat er geen redenen zijn om landbouwers in Vlaanderen het telen van een in de toekomst Europees geautoriseerde plaagresistente aardappel bijvoorbeeld te ontzeggen. Integendeel, want het telen ervan kan zowel een milieuwinst opleveren als de rendabiliteit van de teelt verbeteren.
Het consortium van het UGent, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) werkt verder aan de ontwikkeling van cisgene plaagresistente aardappelen. Het onderzoek verloopt in nauw overleg en samenwerking met internationale partners binnen en buiten Europa.”
De Meyer vroeg de minister om ook op Europees en uiteraard op Vlaams niveau een grote bijdrage te blijven leveren en in Vlaanderen verder onderzoek te verrichten zodat de wetenschap in deze dossiers consequent kan worden gevolgd.
__________
Plaagresistente ggo-aardappel krijgt veel krediet
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) informeerde recent bij minister voor Landbouw Joke Schauvliege naar haar standpunt over het gebruik van ggo’s in de aardappelteelt. “De controle van de aardappelplaag kost boeren handenvol geld en legt een enorme druk op het milieu. Vlaamse aardappelboeren moeten hun velden 10 tot 15 maal per seizoen sproeien zodat er per hectare gemiddeld 17 kilo fungiciden ingezet worden”, schetst De Meyer het probleem dat met de ontwikkeling van meervoudig resistente ggo-aardappelen opgelost kan worden. Minister Schauvliege ziet geen redenen om Vlaamse landbouwers de teelt van een door Europa toegelaten plaagresistente ggo-aardappel te ontzeggen. Een consortium van de UGent, ILVO en VIB werkt momenteel aan de ontwikkeling van een cisgenese plaagresistente aardappel.
Twintig procent van de wereldwijde aardappeloogst gaat verloren aan de aardappelplaag die veroorzaakt wordt door de schimmel phytophthora infestans. Vooral in regio’s met een gematigd klimaat, zoals Vlaanderen, is de schimmel één van de grootste bedreigingen voor de aardappelteelt. Opbrengstverlies en de bestrijding van de schimmel kosten Belgische akkerbouwers ieder jaar 55 miljoen euro. Bovendien legt de controle van de ziekte een enorme druk op het milieu. “In ons land wordt meer dan 1.000 ton fungiciden gebruikt voor de controle van de aardappelplaag”, weet Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
De Meyer is van mening dat genetische modificatie het pesticidenverbruik en bijgevolg ook de milieudruk kunnen verminderen, en polst bij de minister wat zij daarvan denkt. Voor hij tot zijn vraag in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement komt, legt hij uit dat het voordeel van genetische modificatie tegenover klassieke veredeling hem zit in het veel sneller en gerichter ontwikkelen van resistente rassen. “Het is ook veel gemakkelijker om meerdere resistentiegenen tegelijk in te brengen. Via genetische modificatie kan dit bovendien zonder verlies van de eigenschappen van een aardappelras.”
Ook de minister gelooft in het grote potentieel van biotechnologie om een bijdrage te leveren aan het verminderen van de milieudruk door landbouw. Dat positieve aspect van ggo’s komt volgens haar veel te weinig aan bod. Over de teelttoelating van ggo’s zegt Schauvliege dat Europa in de eerste plaats bevoegd blijft. “Een Europese teelttoelating is gebaseerd op een risico-evaluatie door de European Food Safety Authority (EFSA) en de lidstaten. Met de nieuwe Europese regelgeving kunnen lidstaten een uitzondering, in casu een verbod van de ggo-teelt, vragen voor een regio of het grondgebied van de hele lidstaat.”
Vlaanderen beschikt ook over die mogelijkheid maar minister Schauvliege lijkt niet zinnens om daar beroep op te doen. “In principe zal ik de EU-autorisatie respecteren omdat die op een wetenschappelijke beoordeling van de risico’s voor de gezondheid van mens en dier en het leefmilieu gebaseerd is, maar dat moet natuurlijk geval per geval worden bekeken. Het is wat mij betreft duidelijk dat er geen redenen zijn om landbouwers in Vlaanderen het telen van een in de toekomst Europees geautoriseerde plaagresistente aardappel te ontzeggen. Integendeel, want het telen ervan kan zowel milieuwinst opleveren als de rendabiliteit van de teelt verbeteren.”
In 2012 publiceerde EFSA een opinie waarin ze aangeven dat cisgene-planten even veilig zijn als traditioneel veredelde gewassen. Toch is de vraag of cisgene-organismen al dan niet onder de ggo-regelgeving vallen vandaag nog altijd niet uitgeklaard. Ondertussen werken de Universiteit Gent, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) verder aan de ontwikkeling van cisgene plaagresistente aardappelen. De focus ligt op een plaagresistent bintje omdat dit aardappelras nog steeds op grote schaal in Vlaanderen geteeld wordt.(Vilt)