You are hereBlogs / Jos De Meyer's blog / Voorlopig geraakt digestaat niet af van het meststatuut

Voorlopig geraakt digestaat niet af van het meststatuut


By Jos De Meyer - Posted on 29 September 2016

vergister.jpg

Landbouwers met een vergistingsinstallatie zijn nog niet van het oude zeer verlost dat het digestaat dat overblijft na vergisting beschouwd wordt als dierlijke mest. Ook in het geval de vergister behalve met mest ook met andere (plantaardige) reststromen gevoed werd, beschouwt de wetgever alles wat eruit komt als dierlijke mest. De Minaraad drong reeds aan op de toepassing van het pro-rataprincipe. In haar antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) geeft minister Schauvliege te kennen dat een alternatieve methodiek in onderzoek is. Met de resultaten daarvan wil ze onderhandelingen met de Europese Commissie aanknopen.

Vlaanderen streeft naar hernieuwbare energie en wil ook de uitstoot van broeikasgassen inperken. Kleine vergistingsinstallaties op landbouwbedrijven dragen bij aan beide doelstellingen. Door de vergisting van afvalstoffen en dierlijke mest wordt methaangas geproduceerd en als energiebron gebruikt, wat vermijdt dat het als broeikasgas in de atmosfeer wordt uitgestoten. Het restproduct van die vergisting, het digestaat, is een waardevolle en gemakkelijk opneembare meststof.
De praktijk is evenwel weerbarstig. Eén van de grootste problemen waar de vergistingssector mee kampt, is de classificatie van het digestaat als dierlijke mest. Dat bemoeilijkt namelijk de afzet want digestaat komt zo in rechtstreekse concurrentie met onbewerkte dierlijke mest die in Vlaanderen in overvloed aanwezig is. Ook al gaat er maar een beperkt aandeel dierlijke mest de vergister in, toch wordt al het digestaat dat na vergisting overblijft als dierlijke mest beschouwd.
Volgens Vlaams parlementslid Jos De Meyer is het combineren van mest met plantaardig afval zeer interessant vanuit energetisch standpunt, maar leidt de classificatie van het restproduct als mest tot problemen. Reeds bij de bespreking van het vijfde mestactieplan adviseerde de Minaraad het pro-rataprincipe, zo herinnert De Meyer zich, waarbij het aandeel mest dat in de vergister gaat overeenstemt met het aandeel digestaat dat de classificatie dierlijke mest verdient.
Minister Schauvliege stelt in haar antwoord aan De Meyer dat ze met de Europese Commissie verder zal onderhandelen over het pro-rataprincipe bij het klasseren van digestaat, tenminste als onderzoek uitwijst dat het gebruik van digestaat positief is voor de bodem- en waterkwaliteit. Vlaams volksvertegenwoordiger De Meyer meent dat een win-winsituatie voor landbouw en milieu in de maak is. In MAP5 is voorzien dat Vlaanderen een alternatieve methodiek voor het gebruik van digestaat onderzoekt. De resultaten van veldproeven met 'groene' meststoffen zijn bemoedigend. (Vilt)