You are hereBlogs / Jos De Meyer's blog / Omschakelen of stoppen in de leghennen- en zeugensector?

Omschakelen of stoppen in de leghennen- en zeugensector?


By Jos De Meyer - Posted on 17 February 2011

2011-02-17 - zeugen.jpg

Vanaf 2012 verbiedt de Europese Unie de klassieke batterijkooien in de leghennenhouderij. Vanaf 2013 doet een gelijkaardig scenario zich voor in de zeugenbedrijven: zij zijn vanaf dan verplicht om te schakelen naar groepshuisvesting. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister-president Kris Peeters hoe de omschakeling van de huisvestingssystemen verloopt, op welke steun de sector kan rekenen en wat de macro-economische impact van deze omvorming is.

Op macro-economisch vlak gaat het over een serieus kostenplaatje dat wordt geraamd op zo’n 300 miljoen euro voor de zeugenbedrijven en 126 miljoen euro voor de leghennenhouderij. Vandaar, benadrukt de minister-president, dat een overgangstermijn van 11 respectivelijk 12 jaar werd uitgetrokken. De omschakeling naar de groepshuisvesting in de zeugenhouderlij en volière- en grondhuisvesting in de legkippenhouderij werden opgenomen in de VLIF-regelgeving voor aanvragen vanaf 1 januari 2003. Daar kwam vanaf 10 maart 2006 ook de huisvesting in aangepaste kooien voor de legkippensector bij.

In de periode 2003-2009 werd 138 dergelijke investeringsprojecten ingediend die specifiek gericht waren op herinrichting. Goed voor 1,723 miljoen euro steun op een investeringsvolume van 8,959 miljoen euro. In dezelfde periode werden ook nog eens 233 dossiers ingediend voor het bouwen van nieuwe zeugen- en leghennenstallen. Hier gaat het om een totaalkost van 54,3 miljoen euro waarvan 13,8 miljoen wordt betoelaagd.

Het aantal aanvragen om investeringssteun neemt ook toe nu de einddatum dichterbij komt.

- Legkippensector: aantal en bedrag van de investeringen

2008: 10, 4 miljoen

2009: 22, 11 miljoen

2010: 21, 19 miljoen

De stijging is zeer afgetekend, zeker voor wat betreft de grootorde van de investeringen, stelt de minister-president vast. Een bevraging bij de legkippenhouders gaf trouwens aan dat slechts 12% zou stoppen. Toch is er voorlopig nog 25% die twijfelt.

- Zeugenhouderij: aantal en bedrag van de investeringen

2008: 77, 34 miljoen

2009: 89, 38 miljoen

2010: 106, 55 miljoen

Voorlopig is het wel nog onzeker welk aandeel van de zeugenhouders in 2013 zal kiezen voor een stopzetting van de activiteiten i.p.v. de zware investeringen nog te doen. Een onderzoek in Nederland lijkt aan te geven dat het realistisch is dat ongeveer 30% voor deze optie zou kiezen. Later dit jaar, aldus Peeters, zal in Vlaanderen daar een eigen enquête naar worden uitgevoerd. Maar de economische situatie in de zeugenhouderij is momenteel wel een pak ongunstiger dan in de legkippensector.

In zijn repliek vroeg Jos De Meyer de minister-president om na te denken over begeleidende sociale maatregelen voor diegenen die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikten maar wel de activiteiten stopzetten omdat zij de noodzakelijke zware investeringen niet meer wensen of kunnen doen. Op deze manier hoopt hij een ‘koude’ sanering van de sector te voorkomen.
__________

Verwachting is dat 30 % van zeugenhouders activiteiten zal stoppen voor 2013
Vrijdag 18 Februari

Op basis van de resultaten van onderzoek in Nederland, de beperkte periode die er overblijft om de omschakeling naar groepshuisvesting door te voeren en de huidige stand van zaken, is het realistisch te veronderstellen dat 30 % van de zeugenhouders zijn activiteiten zal stopzetten voor 2013. Dat verklaarde Vlaams minister voor Landbouw Kris Peeters in antwoord op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. Wel gaf de minister aan dat de evolutie inzake producenten- en grondstoffenprijzen en de algemene toekomstverwachtingen in de sector ook medebepalend zullen zijn.In de loop van dit jaar zal een enquête uitgevoerd worden om te peilen naar de intenties van de zeugenhouders.
Volgens de minister is het duidelijk dat een groot aantal bedrijven de omschakeling nog moet maken en dat het, rekening houdend met de uitvoeringstermijn van dergelijke investeringsprojecten, voor een aantal bedrijven niet meer zal lukken binnen de limiet van de Richtlijn. Hij merkte op dat het wel mogelijk blijft om, in afwachting van een nieuwbouw, de bestaande stallen met groepshuisvesting te exploiteren, bv. door het verwijderen van de boxdeurtjes, eventueel in combinatie met een tijdelijke verlaging van het aantal dieren. Een omschakeling hoeft niet noodzakelijk zware investeringen mee te brengen. Bepaalde omschakelingen werden al gerealiseerd vanaf 150 euro per zeug.
De minister beloofde eveneens de varkenshouders verder te informeren en sensibiliseren over de verplichte omschakeling.
Volksvertegenwoordiger De Meyer pleitte voor begeleidende sociale maatregelen voor diegenen die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikten maar wel de activiteiten stopzetten omdat zij de noodzakelijke zware investeringen niet meer wensen of kunnen doen. Op deze manier hoopt hij een ‘koude' sanering van de sector te voorkomen. (Landbouwleven)
__________
"Vermijd koude sanering zeugen- en leghennenhouderij"

Vanaf 2012 verbiedt de EU de klassieke batterijkooien in de leghennenhouderij en vanaf 2013 verplicht zij groepshuisvesting voor zeugen. Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) vroeg Kris Peeters hoe de omschakeling verloopt, op welke steun de sector kan rekenen en wat de macro-economische impact is. "Begeleidende sociale maatregelen zijn nodig om een koude sanering in de sector te voorkomen", aldus De Meyer.

Op macro-economisch vlak gaat het over een serieus kostenplaatje dat wordt geraamd op zo’n 300 miljoen euro voor de zeugenbedrijven en 126 miljoen euro voor de leghennenhouderij. Vandaar, benadrukt de minister-president, dat in de EU-richtlijnen een overgangstermijn van 11 respectievelijk 12 jaar werd voorzien om deze strengere huisvestingsnormen in te voeren.

De omschakeling naar groepshuisvesting in de zeugenhouderij en volière- en grondhuisvesting in de leghennenhouderij werden opgenomen in de VLIF-regelgeving voor aanvragen vanaf 1 januari 2003. Voor de nieuwbouw of herinrichting van zeugenstallen en legkippenstalen kan momenteel 18 procent investeringssteun bekomen worden. De omschakelingen in de leghennensector naar huisvesting in aangepaste kooien zijn vanaf 10 maart 2006 subsidiabel. Daarvoor geldt thans een investeringssteun van 8 procent.

In de periode 2003 tot 2009 werden 138 dergelijke investeringsprojecten ingediend die specifiek gericht waren op herinrichting. Goed voor 1,723 miljoen euro steun op een investeringsvolume van 8,959 miljoen euro. In dezelfde periode werden ook nog eens 233 dossiers ingediend voor het bouwen van nieuwe zeugen- en leghennenstallen. Hier gaat het om een totaalkost van 54,3 miljoen euro waarvan 13,8 miljoen wordt betoelaagd.

“Het aantal aanvragen om investeringssteun neemt toe nu de einddatum dichterbij komt. De stijging is zeer afgetekend, zeker voor wat betreft de grootteorde van de investeringen”, stelt Peeters vast. Het investeringsbedrag in de leghennensector evolueerde van 4 miljoen euro in 2008, naar 11 miljoen euro in 2009 en bijna 19 miljoen euro (aangemelde) investeringsbedragen in 2010. Waar zeugenhouders in 2008 nog 34 miljoen euro aanmeldden, liep het investeringsbedrag in 2010 op tot 55 miljoen euro.

Uit een recente bevraging van leghennenhouders blijkt volgens de minister-president dat slechts 12 procent zou stoppen. “Toch is er nog 25 procent die twijfelt of zij na 2012 nog leghennen houden en in welke vorm van huisvesting zij dit zouden doen”, zegt Peeters.

Hoeveel zeugenhouders in 2013 zullen kiezen voor een stopzetting van de activiteiten, is momenteel nog onzeker. “Een onderzoek in Nederland lijkt aan te geven dat het realistisch is dat ongeveer 30 procent voor deze optie zou kiezen”, aldus Peeters. Hij kondigt aan dat daar later dit jaar in Vlaanderen een eigen enquête naar wordt uitgevoerd. “Maar de economische situatie in de zeugenhouderij is momenteel wel een pak ongunstiger dan in de legkippensector”, beseft Peeters.

In zijn repliek vroeg Jos De Meyer de minister-president om na te denken over begeleidende sociale maatregelen voor diegenen die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikten maar wel de activiteiten stopzetten omdat zij de noodzakelijke zware investeringen niet meer wensen of kunnen doen. Op deze manier hoopt hij een koude sanering in de sector te voorkomen.(Vilt)