You are hereBlogs / Jos De Meyer's blog / Eerste reacties vanuit Vlaamse politiek op GLB-voorstel

Eerste reacties vanuit Vlaamse politiek op GLB-voorstel


By Jos De Meyer - Posted on 29 December 2017

foto Vilt.jpg

In de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement heeft minister Joke Schauvliege een eerste reactie gegeven op de nieuwe krijtlijnen die de Europese Commissie uitzette voor het landbouwbeleid na 2020. “Het is positief dat er afgestapt wordt van de ‘one size fits all’-aanpak. Maatwerk vinden we goed, maar het speelveld moet wel gelijk blijven op de eengemaakte Europese markt.” Wat risicobeheer op landbouwbedrijven betreft, blijft Schauvliege op haar honger zitten. Wat zonder meer ontbreekt in de tekst, is het toekomstige landbouwbudget. Ook de parlementsleden laten hun licht schijnen over de Commissie-tekst.

De Vlaamse parlementsleden uit de commissie Landbouw hebben kennis genomen van de mededeling ‘De toekomst van landbouw en voeding’. Daarin schetst de Europese Commissie de krijtlijnen van het toekomstig gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) onthoudt de sterke focus op jonge boeren: “Europa beseft meer dan ooit dat het beroep van landbouwer onder druk staat en dat steun voor jonge boeren een topprioriteit is.” N-VA-parlementslid Sofie Joosen is vooral de aanpak op maat van elke lidstaat opgevallen: “Het begrip subsidiariteit liep als een rode draad door de perstekst van commissaris Hogan. Het gaat erom de diversiteit in landbouw te omarmen en niet te trachten één model op te leggen.”
Beide parlementsleden zijn benieuwd hoe Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege de voorstellen onthaalt. Wat zijn de opportuniteiten en de mogelijke valkuilen? “Details staan er niet in de recente mededeling. De concrete GLB-voorstellen zullen pas midden 2018 aan de lidstaten worden bezorgd”, maakt Schauvliege duidelijk. “De gepubliceerde tekst bevat positieve zaken, maar er zijn ook elementen waar we binnen onze Vlaamse context minder enthousiast over zijn.” Positief vindt ze dat maatwerk mogelijk wordt, tenminste zolang de regels voor alle marktdeelnemers op de eengemaakte markt dezelfde blijven. Over risicobeheer blijft de Europese Commissie vaag, en lijkt de ambitie beperkt te blijven tot verbeteringen aan bestaande instrumenten.
Inzake milieu en klimaat wordt de regie aan de lidstaten gegeven, maar zullen meetbare en ambitieuze doelstellingen bepaald worden op Europees niveau. “Het zal één van mijn aandachtspunten zijn dat landbouwers een gepaste vergoeding ontvangen voor de inspanning die ze zullen moeten leveren”, kondigt de minister aan. De laatste prioriteit uit de Europese mededeling is de ondersteuning van jonge landbouwers. “Terecht stelt de Commissie dat er geen eenvoudige oplossing is en dat er een mix van maatregelen nodig is.”
Wat minister Schauvliege zoals iedereen mist in de tekst, is een verwijzing naar het budget. “We zullen pas duidelijkheid hebben als we ook de meerjarenbegroting kennen.” Ook had ze gehoopt op meer aandacht voor het rapport-Veerman over de zwakke positie van de primaire sector in de keten. Volgens haar kan een grotere organisatiegraad bijdragen aan de oplossing, “maar de mededingingsregels werken dat enigszins tegen zodat we ons moeten durven afvragen of er geen uitzonderingen nodig zijn.”
Tot slot drukt de Vlaamse minister van Landbouw de hoop uit dat het GLB de aandacht krijgt die het verdient. “Het zal de toekomst bepalen van onze landbouw, maar ook van de voedingsindustrie in Vlaanderen. Minder dan 2 procent van onze beroepsbevolking waarborgt de voedselzekerheid van de rest. Het is dankzij het GLB dat de overige 98 procent niet meer zelf op het veld hoeft te werken om in zijn voedsel te voorzien. Voedsel is een eerste basisbehoefte die we niet mogen onderschatten.”
Na de uiteenzetting van de minister gaven parlementsleden van de verschillende politieke fracties feedback. “Mijn eerste zorg is dat we er toch over moeten waken dat er niet steeds meer verplichtingen worden opgelegd aan de landbouwers, en dat daartegenover steeds minder middelen staan”, steekt Jos De Meyer (CD&V) van wal. Namens N-VA merkt Sofie Joosen op dat de Belgische belastingbetalers een stuk meer betalen dan onze eigen boeren ontvangen. “Ik denk dus dat het zeer terecht is dat Vlaanderen meer zijn eigen landbouwbeleid zou moeten kunnen voeren en dat het anders moet.”
Herman De Croo (Open Vld) doet stilstaan bij de kritische opmerkingen die de Europese Rekenkamer maakte omtrent de vergroening van het landbouwbeleid. “Stilaan moeten we toch van inkomenssteun verglijden naar een resultaatgerichte beloning voor boeren die naast voedsel consequent bijdragen aan leefmilieu en maatschappij”, meent het parlementslid. Voor Bart Caron van Groen staat vast dat de vergroening herbekeken moet worden. “We moeten overstappen op resultaatgerichte vergoedingen voor de inspanningen die landbouwers op het terrein doen.” Ook Els Robeyns (sp.a) haar grootste bekommernis is dat de effectiviteit van milieu- en klimaatinspanningen binnen het landbouwbeleid gemeten kan worden. “Landbouwers mogen vergoed worden voor hun inspanningen, maar die vergoeding mag niet vrijblijvend zijn.” (Vilt, beeld: Loonwerk Defour)