You are hereBlogs / Jos De Meyer's blog / Nooit eerder zo weinig leerlingen op vakscholen

Nooit eerder zo weinig leerlingen op vakscholen


By Jos De Meyer - Posted on 02 January 2018

2017-10-10 - bezoek VTS3.jpg

'Trek de kaart van de nieuwste industriële technieken. Maak de transitie.' Dat advies krijgen vakscholen om de dalende inschrijvingen te counteren.

Waarom raakt de vakschool in Vlaanderen maar niet van haar negatief imago af? En waarom vinden jongeren zo moeilijk de weg naar de nijverheidstechnische opleidingen, die nochtans werkzekerheid bieden?
De kwestie verdient opnieuw alle aandacht, zeker nu uit nieuwe cijfers blijkt dat het aantal inschrijvingen is gezakt tot een historisch minimum, met 44.194 leerlingen in 2016. Twintig jaar geleden volgden nog 59.192 jongeren een opleiding die klaarstoomt voor de autosector, de bouw, de textielnijverheid, de industrie van de houtbewerking of de wereld van mechanica, elektriciteit en koeling - de zogenaamde nijverheidstechnische richtingen in de tweede en derde graad.
Directeurs van technische instituten en beroepsscholen zoeken al jaren naar een manier om het tij te keren, maar voorlopig met wisselend succes. Volgens ¬Michel Cardinaels van TISM, een technische instelling in Bree met een groeiende populatie, speelt vooral de lesinfrastructuur een rol bij het aantrekken van nieuwe leerlingen en het overtuigen van sceptische ouders, die vaak nog een verouderd, klassiek idee van de vakschool hebben.
'Trek de kaart van de nieuwste industriële technieken', geeft hij als advies. 'Leer methodes aan zoals virtueel lassen, nodig voor het maken van de hardware van apps. Ontwikkel daarnaast een pedagogisch project dat een maatschappelijk verhaal vertelt, dat leerlingen prikkelt om creatief uit de hoek te komen en dat inspeelt op ecologie. Maak die transitie. ¬Creëer een moderne leeromgeving, met concrete uitdagingen.'
Echter: door de tanende inschrijvingscijfers dalen de inkomsten en blijven derhalve ook de broodnodige investeringen uit. Een straatje zonder eind. Daarom maakte de Vlaamse regering recent vijf miljoen euro vrij om de oudste infrastructuur te moderniseren. Maar volgens Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V), die de inschrijvingscijfers opvroeg bij de onderwijsadministratie, mag dat bedrag niet symbolisch blijven. Waarmee hij wil zeggen: maak het terugkerend en dus structureel.
De Vlaamse regering beseft terdege dat nijverheidstechnische opleidingen met een negatief imago kampen: meer als gevolg van het watervalsysteem, met een rangorde tussen de schotten, dan door het verouderd lesmateriaal. Vandaar haar duur bevochten hervorming van het secundair onderwijs.
Een van de centrale ideeën in dat plan is de oprichting van domein- en campusscholen, waar abstracte aso-opleidingen in contact komen met de praktische tso- en bso-opleidingen. Maar critici zien te weinig praktische garanties om dat plan te doen slagen.
Ook dat andere paradepaardje, het zogenaamde STEM-actieplan uit 2012, waarmee de Vlaamse overheid inzet op wetenschap en techniek op scholen, zet niet de nodige zoden aan de dijk. 'De grote verschuiving blijft uit', aldus Willem Vansina van de VDAB¬studiedienst. Meer nog: doordat verschillende aso-opleidingen meer technische vaardigheden in de studie integreren, verscherpt de concurrentie met het nijverheidsonderwijs. (De Standaard, Maarten Goethals)
____________________

AANDEEL VROUWELIJKE STUDENTEN BLIJFT MINIMAAL IN NIJVERHEIDSTECHNISCHE RICHTINGEN;
LEERLINGENAANTAL DAALT VERDER

Het aandeel leerlingen in het nijverheidstechnisch onderwijs daalt verder, en het aandeel meisjes dat kiest voor een nijverheidstechnische opleiding blijft minimaal. Dat blijkt uit de cijfers die Vlaams parlementslid Jos De Meyer ophaalde bij de cijfers van de onderwijsadministratie bij de website Dataloep.

“Nijverheidstechnisch onderwijs” is geen aparte categorie in de tellingen, daarom werden de gegevens over de studiegebieden Auto, Bouw, Hout, Koeling en Warmte, Mechanica-elektriciteit en Textiel samengeteld. In 1996 waren in de tweede en derde graad van die studiegebieden 59.192 leerlingen ingeschreven, in schooljaar 2016-2017 was dat aantal teruggelopen tot 44.194. Het aandeel van de nijverheidstechnische richtingen is daarmee teruggelopen van 20,45 naar 15,7% van het totale aantal ingeschreven leerlingen van de 2e en 3e graad. Dat is zelfs nog een lichte daling tegenover vorig schooljaar (15,85%).
In 1996 was 1/3 van de leerlingen uit het technisch onderwijs nog ingeschreven in een nijverheidstechnische richting, in schooljaar 216-2017 was dat nog 22.8% (19.806 van de 86.845 tso-leerlingen).

Heel opvallend is daarbij het zeer kleine aandeel vrouwelijke studenten in de nijverheidstechnische richtingen. In alle studierichtingen technisch en beroepsonderwijs samen is het aandeel van de meisjes 43.3% (69.044 van de 159.197 inschrijvingen), in de nijverheidstechnische richtingen blijft dat minimaal: slechts 2.26% van de ingeschreven leerlingen zijn meisjesstudenten. (zie tabel).

Als de vraag naar technisch geschoolden verder stijgt, moet zeker ook het aandeel van de nijverheidstechnische studierichtingen op peil blijven, vindt De Meyer.
De minister wil daartoe verder inzetten op aandacht voor STEM (Science, technology, engineering & mechancis) in het onderwijs. Dit najaar start een marktbevraging bij allen die bij STEM betrokken zijn om te bepalen hoe STEM ook binnen de tso-en bso-opleidingen voldoende aandacht te geven.
In “onderwijskiezer” (een website met gegevens die leerlingen helpen bij keuzes in hun studieloopbaan) worden de verschillende studierichtingen neutraal voorgesteld en met relevante informatie over beroepen en de arbeidsmarkt. Zo probeert men te investeren in weloverwogen studiekeuze, die minder afhankelijk is van de toevallige sociaaleconomische of sociaal-culturele situatie van leerlingen.

Een van de doelstellingen van STEM was ook om het aandeel meisjesstudenten in de STEM-richtingen te verhogen. In de STEM-richtingen van het nijverheidsgericht onderwijs is daar duidelijk nog werk aan de winkel, merkt De Meyer op.

Tags