You are hereBlogs / Jos De Meyer's blog / Behoedzaam omgaan met asbestverwijdering op scholen

Behoedzaam omgaan met asbestverwijdering op scholen


By Jos De Meyer - Posted on 30 January 2018

klas.jpg

Na de inventarisstudie in 2017 door OVAM (de Openbare Vlaamse afvalstoffenmaatschappij) zijn verschillende scholen gestart met asbestverwijdering. De studie was voorlopig beperkt tot 300 scholen, maar het is de bedoeling om er een ruimer vervolg aan te geven. Dat blijkt uit het antwoord dat Vlaams parlementslid Jos De Meyer kreeg op zijn vraag daarover aan minister Crevits van Onderwijs.

De minister antwoordde:

“Mijn onderwijsadministratie geeft aan dat de algemene regelgeving inzake de asbestproblematiek de volgende voorzorgsmaatregelen voorschrijft waaraan de school, de personeelsleden en firma’s zich moeten houden:
• Beschikken over een asbestinventaris en, als er asbest aanwezig is, een beheersplan (laten) opstellen.
• Het beheersprogramma geeft duidelijk aan wat er met het asbesthoudend materiaal gaat gebeuren (onberoerd laten, inkapselen, afschermen, verwijderen op termijn, e.a.) en hoe de blootstelling van werknemers zo laag mogelijk zal gehouden worden. Dit geldt zowel voor de eigen werknemers als voor de werknemers van derden.
• Werken aan asbest moeten gepaard gaan met hoge beschermingsmaatregelen en met de nodige voorlichting. De uitvoering moet gebeuren volgens de procedures voorzien in boek VI, titel 3 van de codex over Welzijn op het werk.

Bij elk werk met een mogelijk risico op asbestblootstelling moet de school een kopie van de asbestinventaris overhandigen aan de aannemer en de werken melden aan de arbeidsinspectie en aan de arbeidsgeneesheer.
Bij het verwijderen van asbesthoudende toepassingen moet de school een beroep doen op een onderneming die door de minister van Werk erkend is voor asbestverwijdering.
Volgens de huidige reglementering is er nog geen verplichting om asbest te verwijderen, tenminste zo lang er geen gevaar voor blootstelling is.
Het zijn de scholen zelf die ervoor moeten zorgen dat men de regelgeving correct navolgt.
Ingeval er toch een asbestincident zou plaatsvinden, dan kan er gehandeld worden conform de leidraad van de OVAM (Leidraad asbestbranden en Leidraad bij asbestincidenten).
De scholen zijn autonoom om zelf te bepalen op welke wijze men over de asbestverwijdering op school communiceert naar de leerkrachten, leerlingen en ouders. De OVAM kan indien gewenst bij deze communicatie ondersteuning bieden.
Op de website van OVAM vindt men veel informatie over asbest, omgaan met asbest en asbestafbouwbeleid. Ook de website van AGION, onder het luik veiligheid, geeft duiding en relevante informatie m.b.t. de wetgeving en wat men dient te doen. Bovendien vinden onderwijsinstellingen op de website van de FOD WASO informatie over het correct omgaan met asbest.
In het najaar van 2017 werd ik door de OVAM in kennis gesteld van het ontwerp-onderzoeksrapport. Er werden toen nog een aantal bijkomende opmerkingen ter verduidelijking gesteld die ondertussen ook beantwoord zijn. De definitieve onderzoeksresultaten dienen nog gevalideerd te worden. Vervolgens is het de bedoeling om dit te bespreken met de verschillende onderwijskoepels en onderwijsnetten. Het is vooral van belang om te bepalen op welke wijze er een vervolg kan komen op deze asbestinventarisatiestudie (thans beperkt tot 300 scholen) en welke vervolgstappen mogelijk zijn. Die oefening loopt nog.”
De mogelijke aanwezigheid van leerlingen en personeelsleden maakt het verwijderen van asbest op scholen niet altijd eenvoudig; het is daarom belangrijk om dat er duidelijke regels gehanteerd worden, vindt De Meyer. (foto: CD&V-nationaal)